De televisiewereld is een harde arena waar je niet alleen een dikke huid moet hebben, maar ook moet kunnen incasseren als de felbegeerde promotie aan je neus voorbijgaat. Hélène Hendriks heeft zich onlangs uitgelaten over het vertrek van Lisette Wellens bij WNL. Waar Wellens suggereerde dat haar ambities werden gedwarsboomd door een glazen plafond of een gebrek aan kansen voor vrouwen, plaatst Hendriks daar een nuchtere, maar snoeiharde kanttekening bij.
Kwaliteit boven sekse
Volgens de presentatrice van De Oranjezomer is het te makkelijk om de schuld bij de omroep of een vermeende voorkeur voor mannen te leggen. Hendriks stelt dat de reden voor het uitblijven van promotie vaak simpelweg een kwestie van talent is. In haar optiek zijn collega’s zoals Frank van der Lende wellicht gewoonweg geschikter voor de rollen waar Wellens op aasde. Het is een verfrissend, maar voor sommigen pijnlijk eerlijk geluid in een tijd waarin discussies over diversiteit en kansengelijkheid de boventoon voeren.
Een kinderachtige houding?
Hendriks steekt haar mening niet onder stoelen of banken en vindt de frustratie die Wellens publiekelijk uit een tikkeltje kinderachtig. Terwijl Wellens na negen jaar trouwe dienst de deur achter zich dichttrok omdat ze zich niet gehoord voelde, adviseert Hélène om vooral naar de eigen prestaties te kijken. Het doet denken aan eerdere situaties in de mediawereld waarbij de waarheid soms in het midden ligt, zoals toen er twijfels ontstonden over wat er achter de schermen werd besproken bij SBS; zo werd er eerder gesuggereerd dat Hélène Hendriks loog over de overname van haar programma door Johnny de Mol.
De harde lessen van Hilversum
De kritiek van Hendriks onderstreept de mentaliteit die nodig is om te overleven in Hilversum: niet klagen, maar poetsen. Voor Lisette Wellens, die inmiddels haar heil elders zoekt zal deze sneer van een vakgenoot hard aankomen. Toch blijft Hélène bij haar standpunt dat de beste persoon op de juiste plek moet zitten, ongeacht of dat een man of een vrouw is. Of dit de verhoudingen binnen de omroepwereld verder op scherp zet, moet nog blijken, maar duidelijk is dat Hendriks geen behoefte heeft aan slachtofferschap in de media.