Sommige sterren hebben na een paar zweverige vakanties het idee dat ze de reïncarnatie van de Boeddha zelf zijn, maar de werkelijkheid is vaak een heel stuk minder rooskleurig. Neem nou onze eigen Simon Keizer de man die zich tegenwoordig profileert als een soort spirituele goeroe die volledig in balans is met het universum. Hij kan in zijn columns wel vroom beweren dat hij zijn innerlijke demonen heeft getemd, maar zodra de luxueuze spotlights even dimmen komt de ware aard van dit Volendamse luxepaardje gewoon weer ongezouten bovendrijven. Tijdens een tripje naar het feesteiland Ibiza liet hij zijn zorgvuldig opgebouwde masker van vriendelijkheid vliegensvlug vallen toen een medewerker van een chique hotel weigerde om als een slaaf voor hem te kruipen.
Hij heeft er tegenwoordig namelijk een nogal elitaire gewoonte op nagehouden om de dag te beginnen. Hij deelde zijn nogal pretentieuze ochtendritueel met de woorden: “Eén van mijn nieuwe gewoontes is om zes uur’s ochtends opstaan om even te journallen, te schrijven. Dat uurtje voordat de rest wakker wordt is goud voor mij, ook op vakantie.” Nou, dat schrijven in zijn dagboekje liep op het Spaanse eiland al snel uit op een ordinair driftbuitje. Simon was gewend geraakt aan een bepaalde mate van koninklijke service, zo legde hij zelf geërgerd uit: “Laatst was ik op Ibiza, in een hotel waar een sympathieke nachtwaker elke ochtend alvast de lichten voor me aandeed en een espresso klaarzette. Aan het einde van de week was er ineens een andere nachtwaker. De lichten waren nog uit, ik kreeg geen espresso, maar verwachtte die inmiddels wel.” Omdat deze nieuwe werknemer niet direct wist welke bekende Nederlander hij voor zich had en weigerde om blindelings zijn ongeschreven bevelen op te volgen, sloegen de stoppen bij de artiest direct door. Hij bekende zonder blikken of blozen: “Om vijf over zes was ik al zwaar geïrriteerd en vond ik die nieuwe gast een vervelende kerel.” Het is werkelijk stuitend hoe snel de zogenaamd geheelde zanger vervalt in de rol van een verwende diva die stampij trapt om een simpel bakkie troost.
Natuurlijk probeert hij dat nare karaktertrekje achteraf snel recht te praten met een flinke dosis spirituele prietpraat. Hij beweert dat hij zichzelf op tijd wist te corrigeren met de gedachte: “Toen dacht ik ineens: wat ben je aan het doen? Misschien is het wel een fantastische vent. Ik onderschepte mijn eigen gedachten.” Maar we weten natuurlijk allemaal dat dit louter een poging tot schadebeperking is voor de bühne. De man is diep van binnen gewoon nog altijd diezelfde nare chagrijn die hij altijd al was, iets wat hij zelf ook met een flinke dosis tegenzin moet toegeven: “Ik ben echt niet opeens een verlicht mens geworden. Ik kan mijn denken niet uitschakelen. Maar ik kan mijn gedachten wel minder serieus nemen, want ze zijn niet per definitie de waarheid. De oude Simon zit er nog steeds, dat is de aard van het beestje.” Zelfs zijn eigen gezin moet het blijkbaar ontgelden als meneer zijn schoonheidsslaapje niet krijgt. Zijn arme dochtertje wordt door hem blijkbaar gezien als een irritante stoorzender, want hij sneerde: “Als een ander me wakker maakt, zoals Kiki gisterochtend, dan ben ik gewoon niet zo’n leuk mens.”
Dit misplaatste superioriteitsgevoel is overigens niets nieuws onder de zon, want het heeft in het verleden al een complete goudmijn vernietigd. We herinneren ons allemaal nog de plotselinge en kille breuk van het succesduo Nick en Simon. Terwijl Nick waarschijnlijk dacht dat ze samen oud zouden worden op het podium, zat Simon stiekem te kniezen omdat hij het succes van hun eigen hits stelselmatig saboteerde. Hij vond de muziek die hem miljoenen opleverde simpelweg te min voor zijn zogenaamd verheven smaak. Hij blikte daarop terug in een interview met de Libelle met de onthulling: “Daar was altijd een stemmetje dat zei: ah man, het is vrouwenmuziek. Of: het stelt eigenlijk niet zo veel voor” Hij gaf zelfs ruimschoots toe dat hij de boel doelbewust kapot heeft gemaakt door zijn eigen toxiciteit: “Vanuit een diepe overtuiging dat ik niet goed genoeg was, ondermijnde ik ons succes soms zelf. Dat afgevlakte gevoel hielp daarbij trouwens ook wel. Nare dingen kwamen minder binnen, maar mooie dingen dus ook.” Om die vermeende ellende te verwerken trok hij eerder al naar de jungle, waar de psychische ellende er blijkbaar diep inhakte: “In Costa Rica ontdekte ik hoe roestvast dat verdriet er allemaal nog zat.” Het is te hopen dat de zanger snel weer een ticket boekt naar de rimboe, want de hotelmedewerkers in Europa zijn zijn elitaire geklaag inmiddels waarschijnlijk meer dan zat.