Zelfs de gevallen televisiesterren die jarenlang miljoenen opstreken in Hilversum doen tegenwoordig theatraal alsof ze de eindjes met moeite aan elkaar moeten knopen. Terwijl de brandstofprijzen door dat ellendige en slepende conflict in Iran inmiddels astronomische hoogtes bereiken zat onze eigen Wendy van Dijk afgelopen weekend in De Oranjezondag ongegeneerd de arme sloeber uit te hangen. Haar ooit zo glansrijke televisiecarrière zit natuurlijk al tijden muurvast in het kille slop al mag ze nu voor de vorm weer even opdraven bij een zwaar afgestoft dansprogramma, maar dat ze financieel zó diep was gezonken wisten we op de redactie nog niet.
Onze afgedankte polderdiva die ongetwijfeld nog steeds een patserige en dorstige bolide voor de deuren van haar kapitale villa heeft staan begon aan de talkshowtafel een potsierlijke klaagzang over de torenhoge benzineprijzen langs de snelweg. Ze presteerde het om met een volkomen uitgestreken gezicht te beweren: “Ja, ik weet precies waar ik moet tanken. Je moet natuurlijk de snelweg vermijden en als het niet lukt, dan tank ik echt nét wat ik nodig heb: 20 euro ofzo, en dan ga ik weer. Anders sta je stil.” Het is toch werkelijk om je kapot te schamen. Nicky van der Gijp de zoon van René, kon een genadeloze gniffel niet onderdrukken en gooide er een heerlijk pijnlijk stereotype in met de woorden: “Vrouwen doen dat wel vaker. 10 of 20 euro dat deed mijn moeder ook altijd.”
Onze zuinige Wendy voelde zich direct genoodzaakt om haar ietwat armoedige tankgedrag te verdedigen voor het oog van de natie. Ze pruttelde direct zuur tegen door te snauwen: “Nee, maar ik ga dan wel naar de goedkope tank om verder te tanken.” Rutger Castricum, die zoals altijd de sfeer nog even wat ongemakkelijker moest maken nam het gekscherend voor haar op met de opmerking: “Het is wel waar. Mijn vrouw doet dat ook, ja.” Waarna het voormalige kijkcijferkanon nog even wanhopig probeerde de logica van haar extreme gierigheid uit te leggen met de zin: “Ja, maar ik bedoel: als je tank leeg is.” Zelfs politiek verslaggeefster Merel Ek voelde blijkbaar de drang om deze gênante poppenkast te steunen en prevelde zachtjes: “Ja, ik doe dat ook.” Maar de absolute kers op de bespaartaart was toch wel Wendy’s ultieme rechtvaardiging voor deze sneue actie. Ze sloot haar warrige betoog af door te bekennen: “Ik tank te laat. Dat is een ding. Te laat. En dan móét je wel, snap je? Maar dan ga ik echt niet mijn tank vol gooien, want dat scheelt gewoon 20 euro.”
Gelukkig prikte de ongezouten kijkcijferfluisteraar Tina Nijkamp direct met een dikke naald door deze walgelijke illusie heen. Op haar welbekende analysekanaal fileerde ze het Hilversumse toneelstukje vakkundig en cynisch met de spijkerharde tekst: “Wendy van Dijk die vele miljoenen verdiende bij tv-zenders gaat altijd naar een goedkoop benzinestation om daar te tanken, vertelt ze bij De Oranjezondag. Tuurlijk. Zo gewoon gebleven” Dat loodzware deksel kreeg onze ijdele presentatrice dus alvast keihard op haar neus gedrukt.
Maar het werd pas echt ongemakkelijk televisie kijken toen Rutger doodleuk de gigantische olifant in de zwaarbeveiligde SBS-studio benoemde. Hij wees fijntjes naar de immer vrolijke presentatrice Hélène Hendriks en wreef nog wat extra zout in de gapende carrièrewond van de gevallen diva. Hij sneerde meedogenloos: “Jij bent haar aan het opvolgen toch, nu? Qua werk, qua show” en voegde daar ronduit venijnig aan toe: “Je bent het werk aan het wegkapen van Wendy.” Hélène probeerde de smeulende brandjes nog wanhopig te blussen en vroeg zogenaamd onschuldig: “Is dat zo, Wendy?” Waarop de onttroonde koningin met een gezicht als een oorwurm stotterend moest toegeven: “Absoluut, absoluut, maar dat is goed. Ja, dat vind ik wel.”
Rutger was echter nog lang niet klaar met zijn publiekelijke slachtpartij en ramde de verbale dolk nog een flink stuk dieper in haar toch al broze ego. Hij oreerde ijskoud: “Het lijkt me wel lastig dat als jij dit jarenlang, tientallen jaren lang echt heel erg goed gedaan hebt en daarvoor ook prijzen voor gewonnen hebt, dat je dan eigenlijk merkt dat zo iemand als Hélène het overneemt. Die blijkt het ook te kunnen. Nou, dan val je wel door de mand, hè?” Au, die zat er vol op. Wendy probeerde haar brandende tranen lafjes weg te lachen en stamelde nog ietwat wanhopig over haar jongere opvolgster: “Die kan het zéker.” Hélène besloot dit afschuwelijke en pijnlijke televisiemoment eindelijk af te kappen door theatraal lachend te concluderen: “Ik ben eigenlijk de Temu-Wendy, wil je zeggen? Iemand moet het doen. Nee, dat is onzin, want je hebt een nieuw programma en daar gaan we het zometeen over hebben.” Eeuwig zonde dat ze dit sappige gesprek zo bruut naar het script stuurde, want Wendy zo genadeloos zien spartelen over haar afbrokkelende imperium was ronduit smullen geblazen.