Je zou toch denken dat onze gevallen vakantieparkenmagnaat Peter Gillis zijn handen inmiddels wel vol heeft aan de waakhonden van de fiscus, torenhoge dwangsommen en permanent gesloten zwembaden. Maar blijkbaar heeft de corpulente ondernemer nog genoeg vrije uurtjes over om een parttime bijbaantje als intimiderend incassobureau voor zijn zingende vriendinnetje Wendy te ambiëren. En de ijskoude methodes die in zijn naam worden gehanteerd, lijken rechtstreeks weggelopen te zijn uit een bijzonder slechte maffiafilm.
Het absurde en gitzwarte drama speelde zich onlangs af net over onze zuidelijke landsgrenzen. Een Belgische evenementenorganisator had in een vlaag van absolute verstandsverbijstering besloten om Wendy van Hout te boeken voor een lokaal optreden. Toen de beste man gelukkig weer bij zinnen kwam en de hele boel annuleerde, ontstond er uiteraard een ordinair en modderig gesteggel over de annuleringskosten. De Belg was naar eigen zeggen compleet failliet gegaan en wees vriendelijk doch dringend naar zijn curator voor de verdere financiële afhandeling. Een volkomen logische en juridisch kloppende route, maar in het oerwoud van huize Gillis houden ze blijkbaar van een meer directe en intimiderende benadering.
Op de eerste dag van april sloeg de sfeer totaal om van een saai zakelijk geschil naar een bloedstollende klopjacht. En dit was beslist geen flauwe grap. De gedupeerde man zat rustig in zijn eigen veilige haven toen de ongekende terreur op zijn oprit begon. Hij omschreef de angstaanjagende situatie uiterst gedetailleerd aan de Telegraaf met de woorden: “Ik zit hier aan mijn keukentafel en om een uur of 9 staat er hier iemand buiten op mijn oprit te fluiten en te roepen dat ik de deur moet openmaken. Ik had geen idee wie dat was”. De schimmige en agressieve figuur in de voortuin deed zich eerst nog even netjes voor als een reguliere kantoormedewerker van een incassobureau, maar al snel viel dat flinterdunne masker op de straatstenen. De ongenode gast siste een wurgend dreigement door de donkere avondlucht: “Ik ben van de bende van het kamp van Eindhoven en ik kom in opdracht van Peter Gillis de schuld innen die jij hebt aan Wendy van Hout.”
Je kunt je de blinde en verlammende paniek in die Vlaamse woonkamer wel voorstellen. De organisator was compleet verstijfd van angst, zeker omdat zijn jonge tienerdochter deze complete gekte moest aanhoren. Hij is logischerwijs direct naar het plaatselijke politiebureau gerend om aangifte te doen van deze criminele straatterreur. Hij vertelde trillend aan de verslaggevers hoe diep het trauma zat: “Ik, mijn gezin en mijn kind van 14 jaar zijn hier in levende lijve, in mijn huis, zwaar bedreigd.” De bewering dat dit afschuwelijke tafereel plaatsvond “in opdracht van Peter Gillis” maakt het verhaal logischerwijs alleen maar nog ranziger en onheilspellender.
En hoe reageert onze altijd zo ingetogen kasteelheer op deze vernietigende aantijgingen. Hij wast zijn mollige handjes uiteraard direct in onschuld en meet zichzelf weer heerlijk de vertrouwde rol van het vermoorde slachtoffer aan. Met een uitgestreken gezicht wuifde hij de maffiapraktijken genadeloos weg en haalde hij juist keihard uit naar de arme Belgische prooi. Zijn bittere en kille reactie luidde: “Ik weet niks van een aangifte. De politie, met wie ik goed contact heb, heeft mij nog niet benaderd. Deze boeker is een leugenaar en wanbetaler”.
Maar de ongekende arrogantie bereikte pas echt een astronomisch hoogtepunt toen hij moest toegeven dat hij wel degelijk invloed had op het bezoekje aan de grens. Hij verpakte die lugubere actie razendsnel in een ronduit lachwekkend sprookje over een gezellige vage kennis die toevallig met de auto in de buurt was. Hij brabbelde vol overtuiging de volgende stuitende smoes om zijn eigen straatje schoon te vegen: “Nee, in mijn ogen niet. Ik zat met een vriend en vertelde hem dit verhaal. Hij zei: ik moet binnenkort in de buurt van die boeker zijn. Zal ik bij hem langsgaan? Ik heb gezegd dat ik dat geen probleem vond. Maar naar mijn weten heeft hij niemand bedreigd.”
Natuurlijk Peter, wij geloven als argeloze kijkers direct dat een of andere stoere vriend uit Eindhoven puur uit naastenliefde in het holst van de avond over een vreemde oprit gaat lopen brullen. Het wachten is nu op de Belgische justitie, die hopelijk wat minder gevoelig is voor deze rammelende Brabantse worstenbroodjespraatjes.
Dit is niet de eerste keer en zal ook wel niet de laatste keer zijn van die vieze vetklep dat hij op de zogenaamde achtergrond zoiets doet.