Terwijl veel gevallen figuren in de showbizz de waanzinnige hoop koesteren dat het grote publiek het geheugen van een fruitvlieg heeft staat de meedogenloze Angela de Jong altijd paraat om die roze bubbel keihard door te prikken. De juridische storm rondom Marco Borsato is nog maar net gaan liggen of de ijdele artiest vond het blijkbaar alweer tijd voor een uitgebreide aai over zijn gekrenkte ego. En waar kun je die broodnodige sympathie beter ophalen dan in het chique Toscane bij een bevriende chefkok.
Het was oprecht een tenenkrommend schouwspel om te zien hoe deze afgedankte volksheld zijn gedroomde terugkeer op de buis probeerde te regisseren aan de zijde van Sergio Herman. Je zou toch mogen verwachten dat iemand met zo een loodzwaar en gitzwart dossier een kritisch gesprek aandurft om de lucht te klaren, maar de uitvoering was een regelrechte aanfluiting. Angela had haar virtuele pen duidelijk in het puurste gif gedoopt toen ze ragfijn analyseerde hoe de zanger “uit zijn verdrietholletje kroop en als de ultieme lafbek bij zijn goede vriend Sergio Herman in Toscane aan een infuus van gelato werd gelegd”. Van een daadwerkelijk kruisverhoor bleek uiteraard geen enkele sprake te zijn. In plaats daarvan moesten we kijken naar een meelullende televisiekok die pijnlijk door de mand viel. De gevreesde AD columniste vatte die stuitende dynamiek ijzingwekkend samen met de zin: “En meesterinterviewer Sergio ondertussen maar ‘goosebumps, goosebumps’ mompelen.”
Wat de gemiddelde kijker nog het meest de keel uithangt en waar onze Angela uiterst vakkundig de vinger op legt is die peilloze hypocrisie in de mediawereld. Sommige invloedrijke bobo’s blijken plotseling te lijden aan een selectief verlies van hun moraal, puur omdat er ergens een vriendschap of een rammelende kassa gered moet worden. De columniste fileerde dat misselijkmakende gedrag tot op het bot. Ze omschreef die heersende doofpotcultuur uiterst cynisch en bitter met de woorden: “Als Marco maar weer in de Ziggo Dome staat, dan is het goed. Dan is de wereldorde hersteld. Kunnen we weer rustig slapen. Gewoon niet meer over praten. Hij is toch vrijgesproken?”
Maar een flinterdun verkooppraatje tussen de wijngaarden wist de lugubere details uit het verleden natuurlijk nooit zomaar uit. De ongemakkelijke feiten zweven immers nog steeds als een pikzwarte wolk boven het Mediapark. De scherpe recensente haalde zonder enige schroom de “appjes aan een minderjarig meisje” weer naar de voorgrond. Dat een man via een sluiproute de gevangenis weet te ontlopen betekent tenslotte niet dat we hem massaal weer op een torenhoog voetstuk hoeven te hijsen. Toch voel je aan alles dat de pr machine op volle toeren draait om hem weer in de gratie te laten vallen. Angela schetste dat pijnlijke vooruitzicht loepzuiver en schreef: “Als we maar lekker met Rood mee kunnen blèren. Of nee, wacht. Liever nog Vrij Zijn. Daarmee geven we de jonge vrouw een nog hardere trap na.”
Na het verplicht aanhoren van al die tenenkrommende borstklopperij en dat neppe gelach hielden de meesten van ons er toch vooral een stevige knoop in de maag aan over. Het getuigt van een peilloze arrogantie wanneer mannen denken dat ze hun verleden met een bordje pasta kunnen wegpoetsen. De genadeklap kwam dan ook onverbiddelijk aan het einde van haar vernietigende betoog en liet werkelijk niets heel van dit treurige bondgenootschap. Angela sabelde de schijnheilige poppenkast meedogenloos neer met de ijskoude eindconclusie: “Die twee lachende, drinkende, vretende, afzichtelijke mannen van middelbare leeftijd waren veel te druk met zichzelf en hun puberale onderbroekenlol.” Daar kunnen de heren het in Italië voorlopig mooi mee doen.