Nederland werd wakker met dat bekende wintergevoel dat niemand echt heeft besteld maar iedereen toch krijgt opgedrongen. Alsof het land collectief in een slechte Scandinavische misdaadserie is beland. De kerstvakantie was nog maar net voorbij of de winter trok zonder aanbellen de voordeur open en ging pontificaal op de bank zitten.
Maandagochtend begon meteen met gedoe. Sneeuwbuien rolden het land binnen alsof ze haast hadden en besloten strategisch precies tijdens de spits hun visitekaartje af te geven. Eerst een beetje wit gedoe rond het IJsselmeer en Zeeland, maar al snel mochten ook Rotterdam en Den Haag meedoen. Tegen de tijd dat Amsterdam en Utrecht aan de beurt waren stond half werkend Nederland al bumper aan bumper te vloeken in de auto.
Het bleef niet bij een ochtenddrama. Terwijl de buien langzaam richting het oosten schoven, kwam vanuit het noordwesten alweer een nieuwe lading ellende aanzetten. Noord-Holland, Friesland en Flevoland kregen hun portie sneeuw en hagel terwijl het midden en oosten onder een grijze deken verdwenen waar de temperatuur koppig rond het vriespunt bleef hangen. In die regio’s bleef de sneeuw netjes liggen alsof hij daar permanent wilde intrekken. Aan de kust mocht de zon af en toe even gluren en werd het met 2 tot 4 graden net warm genoeg om alles in natte prut te veranderen. De wind deed ook gezellig mee en blies stevig uit het zuidwesten.
Alsof het nog niet genoeg was herhaalt dit circus zich tijdens de avondspits. Buien trekken opnieuw over de Randstad. Het zijn losse buien, maar juist dat maakt het verraderlijk. Op het ene stuk weg niets aan de hand, honderd meter verder een spiegelgladde verrassing. Oude sneeuwresten en bevriezing doen de rest.
Later op de avond lijkt het even rustig te worden. Opklaringen, stilte, dat bedrieglijke gevoel dat het wel meevalt. Maar wie naar buiten kijkt merkt al snel dat de kou zich schrap zet. In het binnenland zakt de temperatuur ruim onder de min vijf. In het westen blijft het iets vriendelijker met rond de min twee, maar ook daar is het geen weer om vrijwillig nog een rondje te doen.
Dinsdag speelt het weer ineens bijna charmant. De meeste sneeuwbuien blijven hangen in het noorden, terwijl de rest van het land droog blijft. De zon laat zich zien en bij 1 tot 4 graden lijkt het zelfs even gezellig winterweer. Jas aan, sjaal om, frisse neus halen. Maar wie dacht dat dit het is, komt bedrogen uit. Tegen de avond trekt vanuit het westen alweer een nieuw neerslaggebied binnen. In het oosten levert dat een vers pak sneeuw op terwijl het westen een rommelige mix van regen, hagel en sneeuw krijgt.
Woensdag doet daar nog een schepje bovenop. Een neerslaggebied blijft hardnekkig boven Nederland hangen. In het oosten sneeuwt het langdurig bij temperaturen net boven nul in het westen smelt alles net zo snel weer weg door regen en oplopende temperaturen tot een graad of vijf. De wind trekt aan en maakt het geheel extra onaangenaam. Guur is nog zacht uitgedrukt.
En daarna. Geen opluchting, geen dooi-offensief. De winter blijft hangen, alsof hij een abonnement heeft afgesloten. Temperaturen net boven of onder nul geregeld buien en steeds weer kans op sneeuw. Het soort week waarin iedereen klaagt, maar niemand verbaasd is.