Het nieuws kwam binnen als een klap in een lege kamer: Robert Jensen, pas 52, overleden in een Spaans ziekenhuis. Terwijl half media-Nederland zich afvroeg waar hij de laatste tijd eigenlijk was gebleven blijkt dat Jensen zich al veel eerder had teruggetrokken uit het decor dat ooit zo bij hem hoorde. Geen studio, geen spotlights, geen borrels. Alleen muren, veel vierkante meters en vooral stilte.
Tot voor kort woonde Jensen nog in een appartement waar de gemiddelde Nederlander alleen langs wandelt met een latte in de hand: pal aan het Vondelpark. Een bovenhuis waar alles klopte behalve de sfeer. Volgens mensen die hem kenden was het een plek waar niemand ooit kwam. Hij was op zichzelf.
Dat peperdure onderkomen bleek achteraf vooral een molensteen. Het huis ging vorig jaar van de hand voor 2,8 miljoen euro terwijl Jensen er ooit een prijskaartje van 4 miljoen aan hing. BekendeBuren meldde bovendien dat hij had er in totaal vier hypotheken op afgesloten had met een schuld van 3,65 miljoen euro. Winst was het dus niet. Eerder een stille aftocht via de achterdeur, financieel en persoonlijk.
Wie dacht dat Jensen achter die voordeur een bruisend leven leidde, komt bedrogen uit. Een ingewijde vertelde in de Telegraaf: “De mensen met wie hij werkte, kregen nauwelijks iets mee van de persoon Jensen die hij ook was in zijn grote villa aan het Vondelpark, waar hij jaren woonde en waar volgens mij nauwelijks iemand over de vloer kwam.” Dat soort zinnen hoor je vaker na iemands dood. Te laat, te eerlijk.
Politiek had hij zijn laatste jaren wél gevonden. Jensen was fel, compromisloos en schaarde zich achter Forum voor Democratie. Thierry Baudet reageerde emotioneel op Instagram: “Dag lieverd. Ik omhels je grote mooie lijf en ik kus je gezicht. Jij was de man die als enige opstond om ons hele land, om ons allemaal tot licht te zijn. Wat ben ik je dankbaar voor alles.” Of het vriendschap was of ideologische kameraadschap blijft gissen.
Evert Santegoeds noemde Jensens eenzaamheid later “legendarisch”. Hij schetste een beeld dat blijft hangen: “Zo zijn er foto’s van hem, in zijn eentje op vakantie in Zuid-Afrika, waar hij alleen op een terras zit, genietend van zijn diner.” Het is zo’n scène die je normaal in een roman verwacht, niet in een leven dat zich jarenlang op televisie afspeelde.
Zijn broer Frank Dane voelde dat het mis was en vloog hals over kop naar Spanje. Diezelfde avond overleed Jensen. Waar precies, blijft onduidelijk. Wat rest is een nalatenschap vol contrasten: luidruchtig op beeld, stil daarbuiten.